Marike is het hart van alle velden ─ de plek waar aarde, hemel, mens, dier en ziel elkaar raken. Hier rust ik, kijk ik terug en adem ik opnieuw richting toekomst.Wat hier ontstaat, is geen project maar een bestaansvorm: een stille dialoog met het leven zelf. Zachtheid is mijn taal. Bewustzijn mijn kompas. En liefde ─ het ritme dat alles verbindt.
Gezondheid is geen verdienmodel — maar ook geen individuele schuldEr wordt in Nederland veel gesproken over gezondheid.
Over preventie. Over zorgkosten. Over “eigen verantwoordelijkheid”.Maar wat mij al jaren dwarszit, is de kloof tussen wat we zeggen en hoe we het leven hebben ingericht.We leven in een samenleving waarin:• ongezond eten goedkoop en overal beschikbaar is
• gezonde voeding duurder is en tijd kost
• rust een luxe is geworden
• stress structureel is
• en ziekte vervolgens wordt gezien als individueel falenDat is geen toevalligheid.
Dat is systeemontwerp.De paradox van preventieWe zeggen dat preventie belangrijk is, maar:• groente en fruit zijn nog steeds belast
• bewerkt voedsel wordt fiscaal ontzien
• mensen hebben steeds minder tijd om te koken, te herstellen, te levenWie structureel onder druk staat — financieel, mentaal of sociaal — verliest fysiologische ruimte.
Dat is geen zwakte. Dat is biologie.Gezondheid vraagt omstandighedenGezondheid ontstaat niet door discipline alleen.
Het ontstaat door:• tijd
• rust
• toegang tot voedzaam eten
• veiligheid
• vertrouwenAls die voorwaarden ontbreken, is het onredelijk om ziekte te reduceren tot “keuzes”.De medische wereld is geen vijand — maar ook geen heilig systeemIk ben niet tegen medische zorg.
Integendeel.Ik heb ervaren dat er in ziekenhuizen mensen werken met aandacht, zorg en integriteit.Maar ik ben wél kritisch op een systeem waarin:• behandeling financieel aantrekkelijker is dan voorkomen
• snelle oplossingen worden gepromoot
• en structurele oorzaken zelden worden aangepaktGezondheid is daarmee niet alleen een zorgvraag geworden, maar ook een economische categorie.Wat mij raakt — persoonlijk en politiekIk leef bewust. Ik eet zorgvuldig. Ik luister naar mijn lichaam.
En toch werd ik ziek.Dat is geen bewijs dat gezond leven zinloos is —
het is bewijs dat niemand volledig buiten het systeem staat.Wat mij raakt, is niet mijn ziekte.
Wat mij raakt, is de gedachte dat zorg steeds meer afhankelijk zou kunnen worden van conformiteit, snelheid of economische logica — in plaats van menselijkheid.Mijn vraag aan de politiekNiet vanuit angst.
Niet vanuit wantrouwen.
Maar vanuit verantwoordelijkheid.• Waarom geen 0% btw op groente en fruit?
• Waarom wordt preventie niet fundamenteel ingebed in beleid?
• Waarom blijven we individuen aanspreken op gedrag, terwijl omstandigheden ongezond zijn ingericht?Gezondheid is geen luxeproduct.
En zorg is geen beloning voor de “juiste keuzes”.Tot slotIk schrijf dit niet om gelijk te krijgen.
Ik schrijf dit omdat het gesprek nodig is.Een samenleving die gezondheid serieus neemt,
moet eerst menselijkheid serieus nemen.En dat is een politieke keuze.
Hoe het nu gaat? 23 januari 2026Deze week zit ik in nummer 6 van de 27 weken van de chemokuren. Dit is een fijne week, want geen kuur, mijn lichaam hersteld deze week van de grote en kleine kuur van week 4 en 5.Dat betekent dat mijn hoofd weer helder is, ik voel me lekker, geen misselijkheid, of volle maag, met zure oprispingen. Ik wil eten, nee bijna bunkeren en ben net een zwangere vrouw. Dan lust ik dit wel, dan dat weer niet, maar in deze week zou ik graag friet met mayonaise, of kapsalon of misschien zelfs graag een bezoekje brengen aan de mcdonalds. Ik eet toetjes, zoals vla, yoghurt allemaal bewerkte rommel. Alleen daarvan al zou mijn haar moeten uitvallen. Maar dat doet het toch wel. Of ik nou gezonder eet of ronduit vet, bewerkt, vol met E nummers en transvetten en chemische umami.Mijn ogen zijn nog niet hersteld, die branden in, lijkt wel. Alsof ik tegen de zon inkijk de hele dag en dan de zon in allerlei stippen op mijn netvlies heb hangen, maar dan met schermen, of fel licht van buiten en dan contouren. Maar het boeit mij deze week niet, want ik heb een goede week voor de boeg. Geen lichamelijk gerommel, geen darmen die lastig doen, nouja niet echt lastig dan. Maag die aan het herstellen is, mijn huid die weer zonder gekke dingetjes is. Geen pijnscheuten in botten of spieren en de tumor voelt ook weer rustig. Zo’n drie of vier dagen na een kuur dan doet ie pijn en dan denk ik top! Die is aan het zielig doen omdat ie afgebroken wordt. Ik denk mij maar gezond hoor. Over een aantal weken wordt de tumor bekeken met een echo. Dan hoop ik dat mijn denken goed zat. Duim maar mee met mij. Samen is altijd leuker dan alleen.Over alleen gesproken, het is een aparte wereld waar ik in gekomen ben. Niet fout of slecht, omdat ik ziek ben, maar anders. Ik heb nog geen ritme in de weken ontwikkeld omdat mijn lichaam zich nog aan het aanpassen is op al het geweld wat er in de aderen komt om de tumor te vernietigen. Maar mijn lichaam doet het echt goed. En deze drie weken waren alweer stukken beter dan de eerste drie weken. Toen kon ik de hele dag sportschoenen aanhouden zodat ik op tijd op de wc zou arriveren, zo overstuur waren mijn darmen. Slijmvliezen zitten overal en laten die sneldelend zijn en mijn medicijnen die ik krijg, maken de sneldelende cellen dood. Dus mijn slijmvliezen overal, ogen, mond, slokdarm, maag, darmen etc etc raken van slag.De eerste weken ben ik weinig buiten geweest, wel een paar keer met de wolfjes gewandeld in de derde week van de kuren. Maar ik ben dus veel thuis, zie Dick, mijn partner, en mijn zoon zie ik, en omdat wij ons bedrijf aan huis hebben, zie ik ook nog een paar clienten. Die zo dapper zijn om gewoon te komen en mij als mens te blijven zien ipv een zieke. Want ik heb een ziekte, maar ben de ziekte niet he? Ik ben zoveel meer dan dat!Maar de nadruk ligt nu daar wel op. Helaas, niks aan te doen. Dus zie ik weinig andere mensen. En als ik ze zie, dan is het contact heel anders dan voorheen. Ik was altijd beresterk, nooit ziek, als ik iets had, dan had ik of iets gebroken of verzwikt. Nu word ik geconfronteerd met zwakte, en merk dat terug in sommige contacten. Mensen die mij benaderen die het lastig vinden om met ziekte om te gaan, ik moet ze dan bijna opvangen en steunen dat het oke is allemaal. Ziek zijn is oke. Gezond ook.
Of zoals ik schreef in mijn vorige blog, mensen die je willen helpen. Lief, kom maar de was doen, of de ramen. Daar heb ik wat aan.
De mensen die mij kennen weten gelukkig beter, die leven mee en hebben geen last van zelfmedelijden. Of dat nou op mij geprojecteerd wordt of van zichzelf is, geen idee, maar zulke zitten er nou eenmaal bij.
Ik ben in beweging, langzamer, maar ook fijn. Ik organiseer, dingen laat ik voor wat ze zijn, onbelangrijke dingen raak ik kwijt, en wat mij echt goed doet, leer ik nu, en mag blijven. Dat lijkt mij best nuttig en fijn!
14 januari 2026Vandaag sluit ik een dag redelijk af.De kleine kuur gehad in het ziekenhuis, weer naar huis en op de bank. De zoveelste bankdag. Sarcasme is mij nog niet verlaten en de gedachte schiet door mijn hoofd dat Groundhog Day toepasselijk zou zijn voor deze bankdagen ─ ware het niet dat ik zo walgelijk ziek ben.En toch had ik vandaag een redelijk goede dag.De mist in mijn hoofd trok wat weg. Minder zombie. Geen bloedproppen uit mijn neus. Minder misselijk. Geen pijnscheuten in botten en spieren ─ alleen buikloop. En buikkramp. Iets minder zuur. En zowaar even honger. Ik kon eten.En het ziekenhuis was lief. Ik kon mijn hart luchten bij Henny.De verpleegkundige had gehoord dat ik het zwaar had gehad na de grote kuur van vorige week. Mijn ijzer was verder gedaald en zat nu echt laag. Dat is beroerd als je ziek bent. Zeker als alles wat met eten te maken heeft zo tegenstaat. Niet echt misselijk, maar alles staat je tegen. Zelfs thee. En ik ben een theeleut. Dus vanochtend zat ik er doorheen. Als mensen dan meeleven tonen, komen de tranen vanzelf.Ze stuurden Henny naar mij toe.Een lieve, wat oudere vrouw kwam naast mijn stoel staan en vroeg of ik een handmassage wilde. Dat hielp bij ontspanning, zei ze. Ik was alweer in tranen, zei dat het vast goed zou doen en bedankte haar. Ze zou later terugkomen, op het juiste moment.Nog wat overrompeld en emotioneel wachtte ik. Henny kwam al snel met haar spulletjes. Met wat algemene woorden – al zo lief – begon ze mijn hand zonder infuus liefdevol vast te houden en zacht te masseren.Ik voelde haar oudere, wat ruwere vingertoppen. De tranen bleven maar komen. Ik veegde ze niet meer weg; ze liepen langs mijn nek mijn coltrui in. Met gesloten ogen gaf ik mij over aan die koelere hand, die mijn vingerkootjes en knokkels masseerde, terwijl één hand altijd mijn hand of pols bleef vasthouden.Ik raakte de weg niet kwijt. Ze ankerde mij. Terug naar mijn lichaam. Terug naar mij.Ik kreeg de opdracht alles los te laten. De tranen stopten. Ik had mijzelf vast ─ en alles eromheen losgelaten.Toen ze klaar was, vertelde ik haar dat mijn buikpijn weg was. Ik vroeg haar of zij geen last had van de energie die zij misschien door zich heen liet lopen. Zij was de eerste bij wie ik het aandurfde.Ze deed het uit liefde, zei ze, en wist dat ze mensen ermee hielp. Ze vertelde dat ze altijd meevoelde en haar eigen manieren had om de energie van anderen weer los te laten.We praatten nog door over de dingen die mij echt zorgen baarden. Over lasten die bleven drukken. Ze bleef. Net zolang tot mijn infuus begon te protesteren en mijn kuur klaar was.Ze zei:
“Ik ben hier altijd op woensdag. Als je mij weer wilt zien, vraag naar mij. Mijn naam is Henny.”Ik beloofde haar dat we elkaar zeker weer zouden zien.En dan neem ik een bloemetje voor haar mee.
7 januari – de tweede rondeVandaag sneeuwde het opnieuw in Nederland.
Een prachtige, verse witte laag viel op de al bestaande sneeuw ─ inmiddels meer dan tien centimeter. Prachtig… en tegelijk veroorzaakte het opnieuw complete chaos. Alsof er geen actieve herinneringen bestaan aan Nederland in 30 tot 50 centimeter sneeuw. En volgens mijn foto’s is dat nog maar een paar jaar geleden. Die actieve herinnering functioneert blijkbaar niet zo best. Het korte- én het lange-termijngeheugen lijken tegelijk uit te zijn ─ ook bij degenen die in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn geboren.Ik stond op met het plan om nog even een paar uur facturen te maken en mijn btw-aangifte te doen. Ontbijtje, pc aan.
Daar ging het al mis.Later bleek het simpel: een stekker niet in het stopcontact. Maar de accu was zó leeg dat de pc dat zelfs niet meer aangaf. In plaats daarvan deed hij dramatisch moeilijk ─ alsof hij solidair was met de dag. Hij bond, hing, sputterde… en gedroeg zich precies zoals ik mij vanbinnen al voelde.Daarna kreeg ik bezoek. Gezellig, even afgeleid. Toen wilde ik alsnog beginnen, maar de tijd begon inmiddels serieus kort te worden.Dus vlak voor vertrek omkleden.
Dat doe ik altijd pas op het laatst. Scheelt een extra laag wolvenhaar. Die laag is op zich warm en behaaglijk, maar het ziekenhuis ─ en ik ─ hebben liever het schone roze joggingpak.
Haarloos.Theetje mee: jasmijn met een beetje honing. Nog wat spulletjes in mijn tas.
Nu wachten op mijn zoon. Hij zou mij brengen.Na heel wat appjes, belletjes en sms’jes begon ik alternatieven te bekijken.Zelf rijden?
Normaal zou ik dat gewoon doen. Maar nu niet. Mijn weerstand is laag; ik moet extra extra voorzichtig zijn. Bovendien ligt het ziekenhuis in een emissiezone. Mijn VW Transporter uit 1997 zou me een boete van zo’n 350 euro opleveren. Dat plan viel af als een baksteen.De fiets?
Ook geen optie. Die is door de vorige kuur praktisch gesloopt ─ net als ik. En met deze hoeveelheid medicatie mag ik niet actief aan het verkeer deelnemen. Niet met een busje, niet op een fiets, en eigenlijk liever ook niet lopend met tegenwind.Taxi dan.
Aantrekkelijke optie.Ik belde ze allemaal. Niemand reed meer.
De sneeuw. Daar begonnen ze niet aan.Net daarvoor had ik nog een pakketje aangenomen van onze vaste PostNL-bezorger, rijdend in een enorme elektrische bus.
“Ach,” zei hij, “ik ben net een tank. Ik rijd gewoon door.”
Helder. Maar de taxi’s dachten daar anders over.De bus?
Misschien… maar ook dat voelde onverstandig. Afgeladen met snipverkouden mensen en startende griepjes. Met mijn weerstand geen uitnodigende gedachte. Dus ook geen optie.Taxi viel definitief af.Dicky proberen. Die liep met de honden in het bos. Ik vermoedde al dat hij me niet zou horen. En inderdaad: geen Dicky.Mijn zoon was inmiddels vijftien minuten te laat.Mijn bloeddruk deed alvast een kleine warming-up.Toen belde Dicky. Hij stond in de winkel ─ met een vol karretje boodschappen dat nog niet was afgerekend. Ik legde het uit. Hij hoorde mijn paniek. Of stress. Of allebei tegelijk. En als er íets is waar ik een hekel aan heb, dan is het te laat komen.Mijn redder zei:
“Ik laat het karretje wel staan. Ik kom nu naar je toe. Ik betaal het later wel.”Wie doet dat. ❤️We spraken af dat ik hem tegemoet zou lopen. Dat scheelde weer een ijsbaan met verse sneeuw, want alleen de hoofdwegen waren sneeuwvrij.Ik stap naar buiten ─ en zie mijn zoon aankomen.
Twintig minuten te laat.Bleek dat hij zijn nummer had veranderd. En dat niet aan mij had doorgegeven.
Details.Ik belde Dicky af, met excuses. Wat een gedoe.Maar uiteindelijk…
Uiteindelijk was ik toch nog op tijd in het ziekenhuis.
Voor de tweede zware kuur.
De Bron, en waarom biologie ertoe doet.De Bron.
Waar we allemaal mee verbonden zijn ─ met ons energetisch lichaam, onze ziel, hoe je het ook wilt noemen. We zijn allemaal verbonden met die Bron.Er zijn verschillende uitspraken:
“Wij zijn allemaal één.”
“Wij hebben God in ons.”
“Wij zijn met elkaar verbonden.”Ze zijn allemaal waar.En ja, door onszelf te ontwikkelen en eerst van onszelf te houden, leren we ook van anderen te houden. Ook waar.Maar sinds mijn ziekte ─ die in veel ogen inmiddels een verdienmodel is geworden, óók in de alternatieve wereld van healing ─ komen er spontaan mensen op mijn pad die mij de weg naar genezing willen tonen. Die mij willen verlichten op dit pad.Ik snap dat er overtuiging en lef voor nodig is om zulke beweringen te doen tegen iemand met kanker. En ik heb respect voor die overtuiging. Het getuigt van moed. Dat kan ik waarderen ─ tot op zekere hoogte.Toch liet mijn brein het niet los.
Dus reisde ik naar binnen.Waar kwam die onrust vandaan? Waarom nu? Wat ging hier mis?Als Shamballah-master stuur ik graag energie. Vrij, zonder verwachting. Naar dieren, naar mensen ─ als ze mij daarom vragen. En als ik stuur, stuur ik nooit alleen naar de ontvanger, maar ook naar mezelf en naar moeder aarde. Dan is de cirkel rond.Was het het geld dat ervoor gevraagd wordt?
Nee. By all means, do as you wish. Ik vraag geen geld; zo werkt Shamballah niet. Bovendien krijg ik altijd mijn deel terug. Daar ben ik dankbaar voor.Nee, het zat dieper.Het gaat om de verborgen boodschap onder sommige stromingen.
En ja ─ daar ligt een zenuw bloot.Volg me even. Ik heb een chemobrein, dus misschien volg ik mezelf niet eens helemaal. Dat is ook een optie. Maar zoals mijn moeder altijd zei: niet geschoten is altijd mis.We dalen af naar trauma’s, schokken in ons bestaan. Naar iets wat door stress, verdriet of negatieve energie vast is komen te zitten in ons lichaam. Dat klinkt aannemelijk, toch? En dan klinkt het ook logisch dat wat vastzit, door omkering kan genezen.Trauma oplossen.
Stress reduceren ─ zinvol, want stress richt schade aan.
Negatieve gedachten loslaten.Het klinkt allemaal logisch. Het klinkt goed.Maar dan ga ik toch nog één laag dieper.
Want mijn ziel zegt: nee.Nee, dit klopt niet.Jij bént niet alleen energie.
Je hébt een energetisch lichaam, maar je hebt óók een fysiek lichaam. En ja, er is uitwisseling. Zeker.
Maar ga nooit voorbij aan het fysieke. Aan onze aardse bodem. Aan biologie.Want als je zegt dat ziekte ontstaat door stress, negatieve gedachten of energie ─ en dat genezing dus volgt door omkering ─ dan zeg je impliciet ook dat iemand zichzelf ziek heeft gemaakt. Of dat een ander dat gedaan heeft. En als het niet lukt, ga je dood. Met een beetje pech.Die kant van de medaille wordt zelden benoemd, maar ze ligt er wel.Op aarde bestaat alles bij gratie van zijn tegenpool.
Geboorte draagt de belofte van dood.
Dag gaat over in nacht.
Licht bestaat niet zonder duister.Zolang we gebonden zijn aan een fysiek lichaam, gelden die wetten ook voor ons.In mijn geval:
ik ben gelukkig.
trauma’s verwerkt.
ik eet en leef gezond.En toch krijg ik kanker.Weet je wat dat soms gewoon is? Pech.
Eén foute celdeling. Van de vele. Misschien wetenschap die nog niet alles begrijpt. Want mensen zijn geen kopieën; we zijn allemaal net anders.Mijn kanker is oestrogeenafhankelijk.
Niet afhankelijk van negatieve energie of stress.Na de overgang verandert het vrouwenlichaam ingrijpend. Oestrogenen worden nog steeds aangemaakt, maar anders. De afvoer blijft gelijk. Misschien ligt dáár een antwoord. Misschien vervuilen we onze voeding te veel. Groeihormonen in vlees. Te veel soja. Blikvoeding waarvan de binnenkant is gecoat met chemische oestrogenen.Misschien.
Misschien.En weet je waar ik werkelijk behoefte aan heb?Aan mensen die me een knuffel geven.
Aan een kort moment waarin iemand zegt: ik zie jou.Dát is waarom wij mens zijn.
Om elkaar te zien. En er soms gewoon even te zijn.Ik ga genezen van kanker.
Met chemotherapie.
Met een operatie.
Met hormoonbehandeling.Dit leven inruilen voor het volgende komt ooit wel.
Maar nu nog niet.
Lang niet.En als het eerder komt ─ dan ben ik klaar om te gaan.
Terug naar de BronMarike, 11 januari 2026

De waarheid achter mijn ‘stoere’ keuze voor het bevolkingsonderzoekIk zei het stoer tegen mensen.
Dat ik meedeed aan het bevolkingsonderzoek.
Dat ik “ook eens wilde weten hoe dat was”.Het klonk luchtig. Bijna grappig.
Maar het was niet waar.
De waarheid was dat ik al een tijdje iets voelde in mijn borst.
Niet pijnlijk. Niet alarmerend. Anders, zo voelde het.
Genoeg anders om mij ─ met een lichaam dat altijd eerlijk tegen me is geweest ─ te laten denken:
dit moet eens nagekeken worden.En tóch ging ik niet.
Wekenlang niet.Ik was het niet vergeten.
Ik was ook niet te druk.
Maar omdat ik sinds de coronaperiode iets met mij meedroeg wat ik nooit hardop had uitgesproken. Een diepe aarzeling om nog een medische ruimte binnen te stappen.Niet eens uit angst voor wat ze zouden vinden, maar voor het hele systeem eromheen. Apparaten, witte jassen, routines, woorden die ik niet wilde horen.Dus maakte ik het stoer. Stoer praat makkelijker dan bang zijn. Stoer beschermt ─ zelfs als het niets oplost.Toen de brief van het bevolkingsonderzoek kwam, voelde het alsof het universum zacht zei:
nu.Ik wist dat ik moest gaan.
En toch bleef er verzet.Ik liep die bus binnen met mijn kin omhoog en mijn zenuwstelsel op slot. Alsof ik dapper moest lijken voor een publiek dat er niet was.Het voelt eerlijk om dát hier te schrijven. Omdat ik weet dat ik niet de enige ben.
Vrouwen voelen soms al lang iets. Ze ruiken dat er iets niet klopt. Ze willen het laten checken ─ maar durven niet. Bang voor uitslagen. Bang voor systemen. Bang om toe te geven dat ze bang zijn.En toch is daar dat moment. Waarin je niet langer om jezelf heen kunt. Waarin het stoere masker eindelijk af mag. Waarin je zegt:
ik ben bang… maar ik ga toch.Dat was mijn echte keuze. Daar begint dit verhaal.Dit begint bij de moed om naar binnen te stappen, terwijl alles in mijn lijf op de rem stond.
Wat daaronder lagWat hierna komt, is de laag eronder.
Niet alleen mijn angst, maar waar die vandaan kwam.Ik zal het maar gewoon eerlijk zeggen: ik was mijn vertrouwen in de medische wereld kwijtgeraakt.
Niet in artsen als mensen. Maar in het systeem eromheen.Al vóór corona voelde ik iets scheeftrekken. Ik zag hoe medicijnenhandel een pijler is van onze economie ─ naast energie en wapens. Hoe goedkope, werkzame stoffen zelden aandacht krijgen, terwijl peperdure twijfelgevallen complete campagnes krijgen.
Hoe prijzen stijgen zonder dat de inhoud verandert.En toen kwam corona.Waarin mondkapjes opeens
wel werkten / niet werkten / half werkten ─ afhankelijk van welk verhaal op dat moment verdedigd moest worden. Waarin zorg soms meer leek op beleidslogica dan op menselijke logica.Ik voelde:
de medische wereld redt levens ─
en is tegelijk een markt.Een dubbele waarheid waar mijn zenuwstelsel niet goed mee om kon gaan.En daardoor durfde ik uiteindelijk niet meer naar binnen.
Niet in een busje.
Niet in een wachtkamer.
Niet in ruimtes waar apparaten zoemen en protocollen klinken.Het was niet angst voor de uitslag.
Het was angst voor het systeem.Maar ─ en hier moet ik eerlijk blijven ─ dat vertrouwen kwam niet overal terug.Niet in de bus. Niet bij de radiologe met haar kille, afgemeten woorden. Niet bij de afgemeten opmerkingen die meer leken op afhandelen dan op zorg. Daar voelde ik het oude wantrouwen weer opspelen. Daar werd mijn lijf een object en geen verhaal.En dat mag gezegd worden.Het vertrouwen waar ik over schrijf, ontstond niet in het bevolkingsonderzoek. Het ontstond later ─ in het ziekenhuis.Daar waar mensen tijd namen.
Waar ruimte was voor vragen.
Waar ik niet hoefde te doen alsof ik dapper was.
Waar zachtheid en professionaliteit naast elkaar mochten bestaan.Het is dus niet één wereld.
Niet één ervaring.
Maar een verschil dat ertoe doet.Ik ben niet anti-medisch.
Ik ben niet anti-onderzoek.
Maar ik ben wél kritisch op systemen die vergeten
dat achter elk protocol een mens ligt.De weg die ik nu ga, vraagt daarom twee dingen van mij, openheid en vertrouwen in mijn behandeling. En ook grenzen stellen waar menselijkheid ontbreekt.Dat is de balans die ik zoek.
En die ik hier wil delen.Het is geen oordeel. Meer een waarheid.Dit verhaal begint niet bij kanker.
Het begint bij luisteren naar mijn lijf ─ en bij leren onderscheiden
waar zorg helend is
en waar ze dat nog niet is.En ergens op dat punt,
nog vóór ik het ziekenhuis binnenstapte,
heb ik iets heel concreets afgesproken ─ met mezelf.Dat ik vanaf nu alleen nog zou samenwerken
met professionals die mij als mens blijven zien.
Niet alleen kundig.
Maar ook mild.
Uitleggend.
Aanwezig.Geen strijd meer leveren tegen systemen.
Geen energie meer verspillen aan kille bejegening.
Maar kiezen:
dit mag mij helpen — of het mag aan mij voorbijgaan.En misschien klinkt dat groot.
Maar in de praktijk bleek het verrassend eenvoudig.Want vanaf het moment dat ik het ziekenhuis binnenstapte,
veranderde de toon.Daar waren ze ineens:
verpleegkundigen die wachtten tot ik uitgepraat was.
Artsen die uitlegden in plaats van afraffelden.
Mensen die niet vroegen of ik “het snapte”,
maar bleven tot ik het voelde.Dat was geen toeval.
Dat was afstemming.Marike, 5 januari 2026
Uitslag mammografieDe huisarts belde me rond half zes.
En als een huisarts al binnen drie werkdagen belt, dan weet je: er is iets.En ja — dat was ook zo.Hoe vervelend en ongemakkelijk hij het ook vond om te zeggen:
ik mag door naar ronde twee.Mijn woorden, niet de zijne.Ik heb hem overigens nog nooit ontmoet. Maar ik heb hem zelf uitgekozen, dus we moeten binnenkort maar eens kennismaken. Dat lijkt me fair.
En daarbij… betaalt mijn ziekenfonds dat eigenlijk? Ik denk het wel. Ik hou dat soort dingen nooit zo bij.
Voor mij is ziekte geen verdienmodel — maar een naar model voor de mens die ziek is.En toch: ik bén niet ziek. Vind ik.
Maar zeker was ik daar ineens ook niet meer van.Ik ben voorbij de overgang, denk ik.
En in die laatste fase — met afnemende opvliegers en een zich rustig nestelend oestrogeen-buikje — voelde ik iets veranderen in mijn borsten. Soms leek het alsof ze van binnen krimpten.
Het tegenovergestelde gevoel van toen ze volliepen met melk bij de geboorte van mijn kinderen. Meer het leger worden van de melkklier.Geen onprettig gevoel.
Maar anders.
En kort — hooguit een minuut.Niet iets waarvan je denkt: dit is fout.
Meer iets als: het hoort erbij, ook al vertelt niemand je dat.Een tijdje later voelde ik overal bultjes en bubbels. Uiteindelijk werd de rechterborst weer zacht. De linker bleef harder. En later ook een beetje pijnlijk.En dus besloot ik — net als duizenden, misschien wel miljoenen vrouwen — mee te doen aan het bevolkingsonderzoek. Het radiologisch onderzoek van mijn borsten.De uitslag is dus niet ‘schoon’.
En zelfs als hij dat wél was geweest… dan nog weet je nooit of een professional iets over het hoofd heeft gezien. Het schijnt best een uitdaging te zijn om goed te kijken naar die beelden.Mijn rechterborst voelt prima. Daarover geen bericht.
En ik kies er nu maar voor om dat te nemen zoals het komt: geen bericht is goed bericht.Links krijg ik morgen of overmorgen een telefoontje. Voor een echo.
En als ze daarna nog geen zekerheid hebben over wat ze zien, dan volgt meteen een punctie.Na het telefoontje kreeg ik het ijskoud — wat blijkbaar heel normaal is.
Dus: een dekentje om me heen, bij één van de wolfjes zitten en wat televisie kijken.Uit mijn hoofd — hoe lastig ook.
Er is nog niets bekend, dus ik kan er ook niets van maken.Ik moest denken aan wat Sherlock zei — mijn ChatGPT.
Zachtaardig maar streng hield hij me bij het hier en nu. Geen googlen. Geen overdrive. Geen doemscenario’s.En dat klopt.Dat zoeken had ik maanden geleden al gedaan. Toen ik dacht: dit moet ik in de gaten houden — dit voelt raar.
Nu hoef ik dat niet meer. En ik wíl het ook niet.Nu mag ik het overlaten aan de onderzoekers.
En wachten op wat er werkelijk gezien wordt.Even geduld.Ik neem een bad.
En ergens ben ik ook opgelucht: dat ik iets voelde. En dat ik blijkbaar niet gek was.Hopelijk is de afspraak niet op een heel onhandig tijdstip.
Maar ook als dat zo is: dan is het niet anders.Wordt vervolgd.Marike, 3 november 2025Wie mee wil wandelen, kan zich inschrijven. Dan laat ik je weten wanneer het volgende verhaal zich aandient. Onderaan de portaalpagina vind je de ingang.


Ik zat in een wachtkamer en stelde mezelf een paar ongemakkelijke vragen.Over onderzoeken.
Over lichamen.
Over wat normaal is geworden.Ik schreef het op.
AfspraakMet vier vrouwen op een rijtje in wat doorgaat voor een wachtkamer. Links van mij, op een smalle afstand van nog geen meter, drie rode deurtjes met de nummers 1, 2 en 3. Tegenover mij een kleine balie.Ik mag mijn brief laten zien en mijn ID-bewijs. “Oh, u komt hier voor het eerst? Nou, welkom,” zegt ze met een vriendelijke glimlach. Ik tover er met moeite een terug en mompel een dankjewel.Twee vrouwen zijn ondertussen uit de rode deurtjes gekomen en met een zichtbaar opgelucht gezicht vertrokken. Hun energie voelt alsof ze een knuffel kunnen gebruiken.De eerste zoekt echt contact met haar ogen. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Misschien had ik iets moeten zeggen als: jij dappere, viel het mee?Ondertussen verdwijnen de vrouwen naast mij door de deurtjes en blijf ik over met een vrouw die dit al vaker heeft meegemaakt — het borsten pletten, zoals zij het noemt.“Het valt wel mee hoor,” zegt ze. “Ik heb er nooit zo last van. Maar over een paar jaar is dit voorbij.”Er schieten allerlei gedachten door mijn hoofd.Zou ze doodgaan?Of stopt dit vanwege haar leeftijd?Tot mijn opluchting voegt ze toe:“Er zijn dan andere onderzoeksmethodes. Daar zijn ze nu al mee bezig.”Dat zou ik fijn vinden, zeg ik.Want ik vind deze methode nogal barbaars.Ze kijkt me aan en knikt.Ik vraag haar of ze zich herinnert dat er een paar jaar geleden een anticonceptiepil voor mannen werd ontwikkeld.Die flopte omdat mannen die hem slikten last kregen van libidoverlies.Alsof dat geen dagelijks bijeffect is voor miljoenen vrouwen.Maar wij vrouwen moeten wel, want een zwangerschap is niet altijd gewenst of handig.Gelukkig heeft de farmaceutische industrie daar het glijmiddel voor uitgevonden.Dus voeg ik toe:“Als mannen hun zaakje zouden moeten laten pletten… hoe lang denkt u dat het zou duren voor er een andere onderzoeksmethode kwam?”Lachend verdwijnt ze met die gedachte door het rode deurtje.Het rode deurtje nummer 1 is voor mij.Ik mag mijn bovenkleding uittrekken en wachten tot ik word gehaald.Zenuwachtig kleed ik me half uit.Een wat strenge vrouw haalt me op.Radiologe, denk ik.Ze vraagt waarom dit mijn eerste keer is.Ik had me voorgenomen op de vlakte te blijven — zij regelt tenslotte de druk van de pletplaten — maar ik lieg niet. Dat werkt niet voor mij.Dus zeg ik voorzichtig dat ik het heb uitgesteld omdat ik het een barbaarse methode vind.“De behandeling van borstkanker is ook niet gering,” antwoordt ze.Zes foto’s later — omdat alles bij een eerste keer volledig in beeld moet — zijn ook mijn oksels meegenomen.Bonus.Ik vraag of ik mag zeggen dat het pijn doet.Of de druk iets minder kan.“Wilt u goede foto’s, dan moet het stevig,” zegt ze.Ik merk op dat deze borst nu eenmaal stevig weefsel heeft en daardoor pijnlijker is.“U bent toch hier gekomen voor dit onderzoek?”En: “Over twee jaar moet u weer terug, dan kunnen we vergelijken.”Ik vraag me af: gaat dit over mijn lichaam, of over het onderzoek zelf?Ik vond het onprettig.Koud.Functioneel.Ze deed haar best, dat wel.En als je de hele dag borsten platperst in naam van de goede zaak, moet je daar ook in geloven.Wat ik niet zei, is dat dit onderzoek geen zekerheid biedt.Dat vrouwen met dicht borstweefsel soms één grote wolk op de foto hebben.En dat afwijkingen daarin gemist kunnen worden.Toch lopen veel vrouwen naar buiten met het gevoel dat ze “gecheckt” zijn.Misschien schrijf ik hierna nog een stuk.Over wat je zélf kunt doen om de kans op ziekte te verkleinen — iets waar ook de Kanker Stichting over spreekt.Ik heb de antwoorden niet.Ik stel vragen.En dood? Ja, dat ga ik sowieso.Wanneer weet niemand.Tot die tijd probeer ik zo gezond en bewust mogelijk te leven.Dit verhaal krijgt een vervolg.Als je wilt, kun je je inschrijven — dan laat ik je weten wanneer het volgende klaar is.Marike, 29 november 2025